Tags
Ooit geprobeerd. Een complete mislukking, geveld door de Verboden Gedachte. Sperzieboontjes met Spekjes… mmmm. Lamscôteletjes met rozemarijn… jammiejammie! Toen het niet mocht, stond ik op en ging ik gaan slapen met de gedachte aan gemarineerde Kippeboutjes, gekarameliseerde Varkensribbetjes of een mals gekookt Zalmfiletje, weliswaar op een bedje van prei en aardappelpuree.
Ik wéét dat EVA (Ethisch Vegetarisch Alternatief vzw) héérlijke recepten publiceert. Het mocht niet baten. Zelfs zo’n vieze, smerige Frikandel van ‘t frietkot behoorde tot de Verboden Délicatessen.
Hoe ik er ooit op gekomen ben? Tja, ik moet bekennen dat de vele schandalen uit de vleesindustrie daar een rol bij gespeeld hebben. Dioxinekippen, BSE-koeien, varkenspest, daar staat een mens bij stil. Al die vreselijke beelden van de vleesindustrie, kalveren in kisten, kippen als sardienen in kooien, oh neen, daar wou ik niet toe bijdragen. Laatste en misschien meest doorslaggevend argument bij mijn beslissing was de klimaatverandering.
Maar alle goeie voornemens ten spijt, het mocht niet zijn. ‘t Verstand wou wel, maar ‘t vlees is zwak, te zwak om Hamburgers en Côtelettekes voor eens en altijd uit mijn bord te weren.
Een tijdje geleden hielp het bij ecologisten gerenommeerde tijdschrift, the Ecologist, mij van mijn slechte geweten af. Grazend vee speelt een rol in het behoud van natuurlijke en halfnatuurlijke graslanden. Graslanden hebben een belangrijke functie bij het vastleggen van koolstof in de bodem. Koeien, geiten en schapen lusten iets wat wij mensen niet verteren: gras. Zonder koeien, geen graslanden. Want wij mensen zouden anders die graslanden omzetten in iets wat tot economisch zinvolle productie leidt. Teelten met voor mensen eetbare groenten, intensief geteeld, veel pesticiden, veel kunstmeststoffen. Ofwel… straks een veld met genetisch gemanipuleerde patatten misschien. Misschien gewassen die louter ingezet worden om energie te leveren. Als ‘t maar geld opbrengt. Of geloof je nu echt dat dat allemaal natuurgebied zou worden?
Ik eet graag ‘s een stukje vlees. ‘k Let wel wat op waar mijn Biefstukje vandaan komt. Vandaag eet ik soms ‘s een Rundsfiletje, dan wel afkomstig van een extensieve biologische boer van bij ons. Ene die zelf instaat voor z’n veevoer. ‘t Smaakt mij nog des te meer, omdat ik weet dat er geen antibiotica en andere viezigheid aan dat beest zijn gegeven. En dat het buiten heeft gelopen. En er behoorlijk normaal uitziet. En niet door z’n poten zakt onder zijn gewicht.
Nu het weer mag, wordt mijn hoofd niet langer geteisterd met gedachten aan vieze Frikandellen en Garnaalkroketten. ‘t Is een beetje hetzelfde als met diëten, hét middel om obsessioneel aan vet eten te denken. Het moet gezegd: Vegetariërs, ik bewonder jullie volharding. Alleen, hoe zit dat met dat melk dat jullie drinken, en het kaas dat jullie eten? En de omeletjes? Die batterijkippen, die hebben toch ook geen schoon leven. Moeten we niet met z’n allen voluit de kaart van “bio van bij ons” trekken?
Ps: De veggie recepten van EVA zijn een streling voor de tong en een lust voor het oog. Mijn grote inspiratiebron voor de talrijke vleesloze dagen!


Jamaar, weeral die consequentie, grrr…. Tis niet omdat je de keuze maakt om geen vlees te eten dat je perse ook de keuze moet maken om geen kaas of eieren te eten of nooit meer het vliegtuig te nemen….. Alle beetjes helpen. Vleeseters gaan toch ook niet elke dag naar de Mac Donald.
Aha, ook George Monbiot, klimaatjournalist van The Guardian en auteur van “Heat” is tot dit inzicht gekomen, zie zijn blog op: http://www.monbiot.com/archives/2010/09/07/strong-meat/. Zijn besluit: “By keeping out of the debate over how livestock should be kept, those of us who have advocated veganism have allowed the champions of cruel, destructive, famine-inducing meat farming to prevail. It’s time we got stuck in.”
Heel herkenbaar voor mij. Prachtig neergeschreven !
“Het moet gezegd: Vegetariërs, ik bewonder jullie volharding.” Dat valt nogal mee. Je beland op gegeven moment op een punt waarop vlees geen voedsel meer is. Dat je niet meer naar een biefstuk kijkt en een lekker maal ziet. Dan is het over, maar tot die tijd ben je net een ex-roker.
Moet je weten. Grootvader was veehandelaar. Vader was beenhouwer en ik, ik ben er in geslaagd een tiental jaren vegetarisch te leven. Vrouw en kinderen waren niet te vinden voor mijn houding en dus kookte ik voor mezelf. Die periode is intussen al een poos achter de rug. Ik eet weer zoals vanouds. Op het menu staat weer vlees, zij het met mate.
Ik kan me vinden in je prachtig geschreven stukje. En wat mezelf betreft, ik ontbeerde de nodige overtuiging, moed, om vol te houden. Zelfs niet met het beeld voor ogen waarop mijn grootvader de vetgemeste koe de vrachtwagen indreef. En dat gebeurde heus niet zachtaardig.
Groetjes, Robert
Een tiental jaar is toch niet niks, Robert! Zeker als je er alleen voor staat binnen het gezin. Je zinsnede “…zij het met mate”: da’s waar het om gaat volgens mij.